Drie chaotische dagen uit het enerverende bestaan van een revalidant (1) – door Anton Herkelman

/, Korte verhalen/Drie chaotische dagen uit het enerverende bestaan van een revalidant (1) – door Anton Herkelman

Drie chaotische dagen uit het enerverende bestaan van een revalidant (1) – door Anton Herkelman

Een waargebeurd verhaal (1)

afb. Marianne Bos – Unsplash

RCA Overtoom

Aanvankelijk begon die week op 10 augustus 1968 heel rustig en zonder schokkende dingen. Hij wist echter uit ervaring dat dit in het revalidatiecentrum, waar hij al een poos verbleef, zeer snel kon veranderen.

De volgende dag kwam hij dan ook van de MW, hetgeen maatschappelijk werker betekende, en trof een briefje op zijn bed aan. Iedereen, behalve de artsen, werd daar aangeduid met afkortingen. In het epistel werd hem verzocht zich om 13.30 uur aan de balie op de BG te vervoegen voor een of andere Poli. Hij keek op zijn afsprakenlijst en zag dat hij om die tijd therapie had. Toen hij zijn arts even later op de gang tegenkwam vertelde hij dit. Daarop zij deze dat hij dan maar om 13.45 uur moest komen, dus na afloop van therapie.

Keurig geregeld dus, zult u misschien denken. Mis! Even later kwam de therapeute zijn kamer binnen en vertelde dat ze ‘een probleempje had’. Zijn therapie werd verschoven naar 13.45 uur. Omdat hem verteld was dat een en ander weinig tijd zou kosten, meldde hij zich om 13.30 uur aan de balie in de centrale hal op de BG, zoals hij begrepen had. Daar kreeg hij te horen dat-ie verkeerd was en zich bij een andere balie moest melden, tegenover de liften waar ook de pedicure haar praktijk had.

Toen hij zich dáár meldde, reageerde de baliedame of ze een onoplosbaar raadsel op had gekregen. Ze vroeg onder andere wie hij was en of hij hier was opgenomen. Daarna verzocht zij hem plaats te nemen. Dat was gemakkelijk, want hij was per rolstoel gekomen en zat dus al.
Intussen draaiden de wijzers van de klok verder en was het 13.45 uur geworden. De therapie zou dus al niet meer lukken. Toen kwam baliedame nummer 2 met het verlossende woord. ‘Hij moest daar óók niet wezen.’ Ze krabbelde iets op een briefje en wees hem terug naar de hal.
Opnieuw daar aangekomen werd hem nu bij de receptie gezegd dat hij niet, zoals in het briefje stond, op de BG moest wezen, maar in het souterrain. Ondertussen was hij doodmoe en gutste het zweet over zijn hele lijf van het doorlopend heen en weer rijden met slechts één bruikbare hand en de irritatie van het steeds maar van het kastje naar de muur te worden gestuurd.
Onderweg naar de kelder kwam hij zijn therapeute tegen en die reed hem er maar even naartoe, want het was de afdeling Orthopedie. Hoe lang dat hele gedoe bij elkaar had geduurd, kon hij achteraf niet meer zeggen, en dat alles door gebrek aan juiste informatie en gebrekkige coördinatie.

De volgende dag, woensdag dus, startte aanvankelijk zonder opmerkelijke zaken. Alleen kreeg hij ineens te horen dat 2 september de datum was waarop hij daar weg moes. Voor hem een boodschap met een noodlottige dreiging.
Er was afgesproken dat hij om 13.45 uur weer in het souterrain zou zijn, dat hem nu bekend was. Daar zou een gipsafdruk van zijn been worden gemaakt, kwestie van tien minuutjes. Om kort te gaan: ruim een uur later, waarin hij op zijn verzoek wel een kop thee van de arts had gekregen, ging hij op een sandaal en een sok weer naar boven. De andere sandaal had hij op verzoek daar achtergelaten.
Zo snel hij kon trok hij een paar andere sandalen aan en kwam, zonder de tijd te nemen nog iets te drinken, net op tijd bij zijn volgende therapeute, die met de letters ET (Ergo Therapie) werd aangeduid. Deze was die dag de eerste die, behoudens haar eigen aardige verschijning, iets in de aanbieding had waar hij weer wat van opknapte. Ze stelde hem voor om met een “scootmobiel”, een elektrisch aangedreven wagentje, een rit door het Vondelpark te maken.
Het was prachtig weer en in het park waren dan ook veel jonge mensen die hij moest proberen niet van de rollerskates te rijden. Hij voelde zich daartussen wel plotseling een oude invalide man met één been in het graf en de ander op een bananenschil. Hij troostte zich met de gedachte dat elke dag dat hij ouder werd alle anderen dat ook waren. In het zicht van de haven veegde hij nog wel bijna een kind dat hem voor de wielen liep van de stoep, maar tot slot liep die dag toch nog redelijk goed af.

(wordt vervolgd)

© Anton Herkelman               15/08/1998; herschreven 23/01/2002

(Bewerkt door Ben Voorend 27/07/2019)

Wilt u reageren op dit bericht? Gebruik dan de optie ‘Geef een reactie’ hieronder.

NB
Uw mailadres, nodig om de reactie te versturen, wordt niet zichtbaar weergegeven en blijft expliciet alleen bekend bij het Nederlands Blog Initiatief. Hierop is de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing.

Uw reactie wordt niet direct weergegeven; deze wordt eerst beoordeeld door het Nederlands Blog Initiatief.

Door |2019-07-28T10:43:07+00:0028/07/2019|Anton Herkelman, Korte verhalen|0 Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Wij gebruiken cookies. Wijzig uw cookie-instellingen of klik op ‘Accepteren’ als u verder wilt gaan. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies' om u de beste surfervaring te bieden. Wilt u verder gaan op deze website, wijzig dan uw cookie-instellingen of klik op ‘Accepteren’ om aan te geven dat u akkoord gaat met deze instellingen.

Sluiten