Kreuzstraße 12 (1) – door Ben Voorend

/, Korte verhalen/Kreuzstraße 12 (1) – door Ben Voorend

Kreuzstraße 12 (1) – door Ben Voorend

We staan voor het hek van het huis met patio in de Kreuzstraße 12. Gele stenen met rode om de deurpost en de kleine ramen. Links van het huis een grote groene deur met daarachter een schuur waar de trekker van Herr Kranz stond, samen met van alles wat hij nodig had in de wijngaard. De bloemen in de potten op de grond en op de muur van gemetselde bergstenen staan droog. Hebben duidelijk al een tijdje geen water meer gehad. De ramen zijn toe. Witmetalen rolluiken zijn geheel of gedeeltelijk neergelaten om de hitte buiten te houden. Een salamandertje schiet weg tussen de kieren in de muur.

Dit móet het zijn, ook al staat het niet op de plek die ik in mijn hoofd had. Vanaf de doorgaande weg langs de Moezel stond het in het eerste stuk van één van de straatjes het dorp in, en niet het tweede deel de hoek om. Ook de kerk hoorde rechtsboven áchter het huis te staan en niet linksboven ervóór. Maar dan nóg zie ik Werner stoer op de tractor van zijn vader zitten in de open schuurdeur. Ook zie ik zijn zusje Brigitte op haar fietsje lachend rondjes doen op de patio, een roze band in haar blonde krullend haar. Dit moét het gewoon zijn. Maar het is ook al zo lang geleden.

Dien voelt aan de klink van het hek. Het hek is niet op slot. Voorzichtig loop ik naar de voordeur. Er wonen vast andere mensen en ik twijfel of ik die nou wel moet lastig vallen met mijn aandrang om dit stukje van mijn jeugd weer eens te bezoeken nu we in de buurt zijn. Links van de dubbele deur hangt nog de zwarte ijzeren brievenbus, met daarin de naam Kranz gegoten en nu ook, zie je wel?, een andere naam ernaast geplakt, geprint op zo ’n labelprinter. Erboven een wit plastic draadloze bel van de bouwmarkt. Aarzelend druk ik erop. Ik hoor niets, maar wacht toch een minuutje vóór ik het nog eens probeer, want ik wil de bewoners, zo die thuis zijn, niet opjutten. Ook nu hoor ik niets. En nog steeds geen reactie.

Ik kijk door het glas in de deuren naar binnen en krijg een schok. Er lijkt niets veranderd. De gang is net zo donker en bruin als destijds! Met links en rechts een deur naar de beide voorkamers en daarachter drie deuren naar de keuken, de wijnopslag met de wijnpers en naar de slaapkamer van onze gastvrouw en gastheer. Halverwege een trap naar vier kamers, twee voor de kinderen, één voor mijn ouders en één voor de kinderen Kranz. Op de bedden de heerlijkste donzen dekbedden waar ik ooit onder gelegen heb, want die kenden wij thuis nog helemaal niet. Ook hier alles donkerbruin.

Ik stap opzij en kijk tussen de vitrage door in de voorkamer rechts, de kamer waar het ontbijt klaar stond als wij beneden kwamen. Het is er donker. In elk geval ook donkerbruin, maar ik durf niet lang te kijken. Het voelt ongemakkelijk dit verlaten huis te begluren. Ik snuif nog één keer diep de herinnering op aan verse harde Duitse Brötchen, de worst met knoflook, de eigengemaakte jam en de geur van verse koffie die Frau Kranz op de tafel zette die zij voor ons al gedekt had. Ik hoor haar ons weer een guten Appetit wensen voor zij de kamer verlaat.
Ik maak mij los, draai mij om en ben weer in het heden. Vijfenvijftig jaar later.

Ik neem enkele foto’s van het huis en we besluiten de kerk en het kerkhof te bezoeken. Die kerk, ja, daar wilde mijn moeder altijd naar toe als wij hier waren. En daarna nog even met de pastoor praten, want geloof gaat over grenzen heen en dat moet je laten weten natuurlijk. En óók dat die verschrikkelijke oorlog achter ons lag.
Die kerk zat altijd vol en iedereen zong luidkeels mee. Ik schrok daar de eerste keer van. In Nederlandse katholieke diensten mummelde iedereen maar wat en een Nederlandse priester had ik nog nooit goed horen zingen. Hun leidende herdersrol tijdens de van rituelen bolstaande eucharistieviering verschrompelde tot een schuchter bijrolletje als er gezongen moest worden. Maar hier? Iedereen uit volle borst en het klonk ook nog!
Het kerkje is kleiner dan in mijn herinnering, maar is onveranderd mooi. Met prachtige heiligenbeelden en gebrandschilderde ramen. Wij gaan er even bij zitten in een van de houten banken. Het kraakt mooi akoestisch in deze ruimte.

Franziska Kranz, 1919 – 2007. Daar ligt zij dan. Haar graf. Zij móet het zijn, want zij was van dezelfde leeftijd als mijn ouders. Het graf ligt er goed verzorgd bij. Enkele goed geknipte buxusstruikjes, wat in toom gehouden bodembedekking, gele en witte bloemetjes ertussen en een rozenstuikje met prachtige felrode rozen tegen de hoge steen met haar naam. Er kijkt kennelijk nog wel iemand naar haar om. Ik word er emotioneel van. Ik ben opgelucht dat ik afscheid kan nemen van haar. Misschien wel mijn Wiedergutmachung voor mijn moeders gedrag op de laatste avond?

© Ben Voorend           10/07/2019

(wordt vervolgd)

Wilt u reageren op dit bericht? Gebruik dan de optie ‘Geef een reactie’ hieronder.

NB
Uw mailadres, nodig om de reactie te versturen, wordt niet zichtbaar weergegeven en blijft expliciet alleen bekend bij het Nederlands Blog Initiatief. Hierop is de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing.

Uw reactie wordt niet direct weergegeven; deze wordt eerst beoordeeld door het Nederlands Blog Initiatief.

Door |2019-07-27T22:37:37+00:0027/07/2019|Ben Voorend, Korte verhalen|0 Reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Wij gebruiken cookies. Wijzig uw cookie-instellingen of klik op ‘Accepteren’ als u verder wilt gaan. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies' om u de beste surfervaring te bieden. Wilt u verder gaan op deze website, wijzig dan uw cookie-instellingen of klik op ‘Accepteren’ om aan te geven dat u akkoord gaat met deze instellingen.

Sluiten